Er was eens.. 

de koning in harmonie met zijn onderdanen

in een land hier ver vandaan.

een koning. De koning was zeer rijk en beschikte over meerdere landerijen. De landbouw was goed want de grond was zeer vruchtbaar. De handel met de buurlanden liep uitstekend. Zijn boeren maakte de beste wijnen. Er waren dan grote winsten en de schatkist was dan ook erg goed gevuld.

Zijn zeven vrouwen hielden van hem want hij had elk even lief en zorgde heel goed voor hen. Ook zijn zeven zonen en zeven dochters hielden van hem en hielpen de koning met besturen van het land. Dat was fijn want het land was erg groot.

De koning had alles wat hij maar wilde; alles was goed zoals het was..

De buurlanden zagen dat ook en werden eigenlijk een beetje jaloers. Op de rijkdom, de luxe, de vrede En dat het land zo blij was met hun koning en zijn gezin.

En zo gebeurde het dat de  buurlanden jaloers werden en begonnen te stoken, de koning was toch niet zo goed. Maar de onderdanen lachte de buren uit omdat zij wisten dat het niet waar was. De vrede en de rust keerde terug in het land. Alles was goed zoals het was!

De koning had niets meer te wensen. Na verloop van tijd begon hij te denken en vroeg zich af of dit alles was in het leven. Hij voelde dat er nog iets moest zijn wat hij niet had. Toen riep hij zijn raadslieden bijeen en vroeg hen. "Is er iets wat ik niet heb of niet kan kopen?". Na enig nadenken zeiden de raadslieden dat de koning alles al had;en dat zij niets meer konden verzinnen. Maar de koning hied aan.

Er moest toch iets zijn wat hij niet had. De koning werd steeds ongelukkiger. De raadslieden wisten echter geen antwoord en gingen op zoek in het koninkrijk.Maar aan wie zij het ook vroegen het lukte maar niet!
Teneinde raad vroegen zij het uiteindelijk maar aan een zwerver die zij tegen kwamen. "Zeker" zei de zwerver, ik weet wat de koning bedoelt. Onmiddellijk namen zei de zwerver mee naar de koning. "Vertel" zei de koning tegen de zwerver, "Wat is dát wat ik niet heb of niet kan kopen?". De zwerver zei dat hijzelf dat niet had, maar dat een kluizenaar in de bergen de koning wel kon helpen. Onmiddellijk stuurde de koning zijn soldaten om de kluizenaar te gaan halen.

De kluizenaar wilde echter niet komen en de koning werd boos. Hij beval dat de kluizenaar  gehaald werd. Hij was immers de koning. Maar de soldaten kwamen zonder kluizenaar terug "Wat" zei de koning, "dit is ongehoord". De raadslieden zeiden dat zij ook goud en juwelen hadden aangeboden. maar de kluizenaar hoefde niets en was onvermurwbaar. Niets hielp.

De koning moest zelf naar de kluizenaar komen om te krijgen wat hij nog niet had. De koning werd toch nieuwsgierig naar de kluizenaar en organiseerde een karavaan met alles wat maar nodig was. Ook ging er een leger mee om de koning te beschermen. Omdat de tocht door de gevaarlijke woestijn, de ruige bergen en ravijnen ging.

Kamelen karavaan in de Sahara woestijn

Mis nooit meer een nieuw bericht! Schrijf je in op onze nieuwsbrief

>